Rapport over Mep-subsidie beantwoordt nauwelijks vragen
Geplaatst door: Jeroen van Agt
11 April 2007
DEN HAAG (Energeia) – Het onderzoek dat de Tweede Kamer heeft laten uitvoeren naar de maatschappelijke kosten en baten van de Mep-subsidie laat de belangrijkste vraag onbeantwoord. Over de verhouding tussen de kosten en baten kunnen geen conclusies worden getrokken, omdat daarvoor onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Maar de onderzoekers van B&A consultancy, de Universiteit Twente en onderzoeksbureau APE zien het als winst dat in elk geval de posten op deze balans nu ingevuld zijn in kwalitatieve zin. Het wachten is op deel twee van het onderzoek, dat de Algemene Rekenkamer over een paar weken presenteert.
In augustus 2006 maakte het kabinet per direct een einde aan de bestaande Mep-subsidie; een tienjaars-vergoeding per opgewekte kilowattuur voor producenten van duurzame energie. Als reden werd aangevoerd dat met de resultaten van de Mep tot dan toe het doel van 9% duurzame elektriciteit in 2010 al gehaald zou worden. Steun aan nieuwe duurzame-energieprojecten zou niet nodig zijn, en dus ook voortzetting van de Mep niet.
Deze afschaffing was aanleiding voor de Tweede Kamer om de resultaten van de subsidieregeling te onderzoeken: hoe doelmatig was de regeling en heeft zij bijgedragen aan innovatie- en technologieontwikkeling? De doelmatigheid -dat wil zeggen: kosteneffectiviteit- wordt door de Algemene Rekenkamer onderzocht en zal over enkele weken gepresenteerd worden. Dat rapport zal politiek veel interessanter zijn, zegt CDA-Tweede Kamerlid Jos Hessels tegen Energeia. Hessels zat in een klankbordgroep die het onderzoek begeleidde.
Het dinsdag aan de vaste-Kamercommissie voor Economische Zaken overhandigde rapport gaat in op de maatschappelijke baten en ‘innovatieve voortvloeïngen’. Zoals gezegd blijft die kosten/baten-analyse onvolledig. Waar kon wel antwoord op worden gegeven? De Mep heeft het Rijk jaarlijks aan subsidie EUR 410,1 mln gekost, waar de samenleving EUR 223,1 mln aan vermeden milieu- en gezondheidskosten voor terugzag. Verder telden de uitvoerings- en kapitaalkosten op tot EUR 25,6 mln. Ook moest de samenleving weer EUR 14 mln inleveren aan milieu- en gezondheidskosten, omdat bij de verwerking van biomassa schadelijke stoffen vrijkomen. Ook concurreert biomassa bijvoorbeeld met de voedselindustrie en met duurzaam hergebruik van recycling.
Oningevulde baten zijn prijsdalingen door aanbodvergroting (ten bate van de consument), versterking van de internationale positie (ten bate van het Rijk en de samenleving) en grotere voorzieningszekerheid (ten bate van de samenleving). De onderzoekers weten dát het baat, maar in welke mate is onduidelijk.
Ook bedrijfskosten en -baten zijn bekeken, met eenzelfde half-ingevuld rijtje. Grote kostenpost waren afschrijving- en rentekosten plus investeringen in productiecapaciteit: jaarlijks EUR 456,6 mln. Daar stond tegenover de bate van EUR 410,1 mln aan subsidiegeld van het Rijk. Dan is er nog de omzet die leveranciers van de technologie hebben gemaakt. De onderzoekers schatten dit bedrag op EUR 1.524 mln, en schatten vervolgens dat slechts een kwart van deze leveranciers niet-buitenlands is. De Nederlandse bate wordt gereduceerd tot een kwart: EUR 380 mln. Ook in dit overzicht weer een aantal oningevulde posten: onderhoudskosten, administratieve lasten en inkoop biomassa. En in het rechter rijtje: vermeden inkoop primaire energie en mestreductie.
Tot zover de baten, hoe zit het met de tweede onderzoeksvraag: de bijdrage van de Mep-subsidie aan de innovatiekracht van Nederland. De onderzoekers zijn de eersten om te stellen dat de Mep-subsidie daar niet voor bedoeld was, en ook het geëigende instrument er niet voor is. Maar toch.
Maar toch is er wel een waarneembare bijdrage -al is deze beperkt en bescheiden, aldus het rapport. Vooral is deze innovatie waarneembaar in de windenergietechnologie: namelijk door de grotere hoogte en diameter van de molens. De relatie tussen de Mep-subsidie en de innovatie- en technologieontwikkeling wordt als volgt omschreven. De Mep-subsidie maakte toepassing van duurzame technologie mogelijk, en door die toepassing droeg Nederland bij aan de leercurve van de technologieën.
Tot slot komen de onderzoekers nog met aanbevelingen voor toekomstige subsidie-regelingen. Een zogenoemde Mep+ zou in elk geval beter gekoppeld moeten zijn aan de actuele elektriciteitsprijzen, zodat er bij hoge elektriciteitsprijzen niet grof verdiend wordt op de Mep-gesubsidiëerde elektriciteitsproductie. Ook moet de periode waarover de subsidie wordt verstrekt worden verlengd van 10 tot 15 à 20 jaar, zodat kosten over een langere periode kunnen worden uitgesmeerd.
Een alternatief is om de maatregelen toe te snijden op de technologie: kapitaalintensieve windenergie behoeft een andere subsidieregeling dan kleinschalig particilier gebruik van zonne-energie. Dat maakt het beter mogelijk om met de subsidieregeling de innovatie te bevorderen. En dat, zegt bijvoorbeeld Jos Hessels, is wel de bedoeling van de nieuwe Mep.
Copyright©, Energeia, 2007
TweetComments are closed.