De Windvogel

De Windvogel is een landelijk opererende professionele coöperatie van burgers die
Nederland van duurzame energie wil voorzien
  •   Home
  • Wie zijn wij
  • Zelflevering
  • Contact
  • Lid worden

Schone kolen bestaan niet

Geplaatst door: Danny Steenhorst

Steenkool zit in het verdomhoekje, behalve bij sommige energiebedrijven. Profiel van een groeiende boosdoener. Zolang het in de grond zit, is steenkool prachtig spul. Je kunt het op sommige plaatsen aan de oppervlakte zien zitten, zoals net over de grens bij Kerkrade, in de wanden van het Wormdal. Glinsterend blauwzwarte lijnen, krinkelend tussen de leemlagen. Dunne streepjes inkt, de zeldzame zichtbare leestekens van een oud geologisch verhaal. Deze kringels behoren tot eerste tekenen van leven op de aarde zoals wij die kennen. Dit waren dennen en varens, 350 miljoen jaar geleden. Verzopen in uitgestrekte moerassen. Niemand die ernaar omkeek. Moet je nou eens kijken. Die voormalige varens vormen nu de op een na belangrijkste bron van energie op aarde.

Volgens het pas uitgekomen jaarlijkse energierapport van oliemaatschappij BP staat steenkool op de tweede plaats, met een aandeel van 29 procent in de totale wereldwijde energievoorziening. Olie staat met 35 procent eerste.
Maar, zegt BP, steenkool is bezig aan een comeback. Het marktaandeel was sinds 1970 niet zo hoog. Met name de groeiende consumptie in China en India (plus 10 procent, plus 7 procent), is enorm. Die groei vraagt om extra elektriciteit. Nog even en steenkool staat weer bovenaan. Zoals in de 19de eeuw. Je verwacht het niet, van een brandstof die je associeert met stoommachines, met rokende treinen, met de grauwe mijnbouw in het Engeland van de Industriële Revolutie. En goed, steenkool hoorde ook nog bij de vorige eeuw, met zijn Europese Gemeenschap van Kolen en Staal, met zijn mijnbouw in de Belgische Borinage, in Limburg en het Duitse Roergebied. Maar toen gingen de mijnen toch dicht? In Limburg, in Duitsland, in het Engeland van Margaret Thatcher en Neil Kinnock? Nee dus. Alleen die in Limburg, en sommige mijnen in Duitsland en Engeland. Maar lang niet allemaal. En elders bleven ze overal open. In de Verenigde Staten, in Australië, in Rusland, in China. En in Colombia en Zuid-Afrika, waar Nederland nu zijn steenkool vandaan haalt.
Want wij mogen onze eigen mijnen dan gesloten hebben – ook wij hebben de steenkool nog lang niet uitgebannen. Bijna een kwart van de Nederlandse elektriciteit is ervan afkomstig. En ook dat aandeel wordt groter, als het aan de energiemaatschappijen ligt. Want RWE, Eon en Electrabel hebben drie grote kolencentrales gepland, die veel meer stroom gaan leveren dan de duizenden windmolens die Nederland ook wil hebben. Volgens een recente studie van energieonderzoekscentrum ECN ligt het aandeel kolen in de stroomproductie in 2020 waarschijnlijk op zo’n 36 procent. Even voor het gevoel voor hoeveelheden: als je een lampje van 40 watt een jaar lang een halve dag laat branden, heb je daar 100 kilo kolen voor nodig. Dus laten we het spul elders massaal uit de grond halen. Dan begint de ellende. In de grond is steenkool prachtig spul, een monument voor de vroege aarde. Maar zodra de mens het wil hebben, is het hommeles.
Wie jongens spreekt die in de mijnen hebben gewerkt, hoort hen spreken over een existentiële ervaring. Over het collectief uitkleden, het ophangen van de kleding met een ketting aan hoge haakjes. Dan de lift in, een kooi met tien verdiepingen, waarin de mannen hun helm moeten afdoen om de kooi zo vol mogelijk te krijgen. Het gevaarte ratelt ongeolied naar beneden, tot een kilometer, soms anderhalf. Dan gaat het verder, eerst met treintjes, dan op de lopende band de gangen in. De ondergrondse reis kan zo anderhalf uur duren. Het werk zelf: uren in de herrie van een soort rasp waarmee de lagen worden afgeschraapt. De gangen worden gestut door robots met een soort schilden. ’s Avonds gaan de mannen terug over de lopende band, zittend op de kolen.
Zo gaat het in Duitsland. In China hakken de mannen nog met houwelen, en worden de gangen met hout gestut.

Het is gevaarlijk werk. Door gasontploffingen, kolenbranden en instortingen vallen jaarlijks in de gangen en schachten duizenden doden. China is berucht, met naar schatting 2.600 slachtoffers vorig jaar. Maar ze vallen overal. Vorige week: Colombia, 70 doden. Vorige maand: Rusland, 60 doden. De maand daarvoor: West-Virginia, 29 doden. In de kolenmijnen van de wereld valt elk jaar een Tsjernobyl aan doden.
Dat zijn alleen de ongelukken. Daar komen de opzettelijke doden nog bij, zoals de doden die de mijnbouwers Drummond en Cerrejon worden aangerekend. Deze bedrijven hebben in Colombia paramilitairen betaald om hun terreinen te bewaken. De paramilitairen zouden tientallen moorden op hun geweten hebben. Deze week werd duidelijk dat ook Nederlandse lampen op die bloedkolen branden.
Andere, minder fatale mensenrechtenschendingen zijn onteigeningen en gedwongen verhuizingen.
Dan zijn er de milieudoden. Het stof dat bij de winning vrijkomt, leidt tot luchtwegaandoeningen bij grote groepen omwonenden. Zeker bij dagbouw, zoals de enorme Cerrejon-mijn in Colombia (zestig voetbalvelden), leidt het natregenen van blootgelegde pyrietlagen tot zure waterstromen, waarin allerlei zware metalen oplossen die het drinkwater vervuilen (acid mine drainage).
Natuurlijk kun je proberen de doden en de milieuvervuiling bij de kolendelving te beperken, zoals in Europa gebeurt. Maar dan wordt de mijnbouw ineens een stuk duurder. Om toch te kunnen concurreren, krijgen de mijnen in Duitsland en Spanje miljardensubsidies, omgerekend soms 150 euro per ton. Dit terwijl de verkoopprijs van kolen op de wereldmarkt maar zo’n 50 tot 100 euro bedraagt.

Met andere woorden: kolen zijn alleen goedkoop omdat ze uit goedkope landen komen, waar een mensenleven niet duur is. Goed, in Europa zijn de kolen ook duurder omdat de geologische omstandigheden een stuk minder gunstig zijn. Maar wie kolen gaat winnen met strenge veiligheids- en milieueisen en een iets vriendelijker personeelsbeleid, is nog eens een stuk duurder uit.
En dan zijn de kolen alleen nog maar uit de mijn.
In kolencentrales komen verdere problemen. Bij de verbranding komen de moerassen van 350 miljoen jaar geleden vrij, met hun zwavel en koolstof en sporen van andere stoffen. Kolencentrales hebben daardoor een fors aandeel in de Nederlandse uitstoot van zwaveldioxide, stikstofoxiden en, natuurlijk, kooldioxide. Kolen zijn de vuilste van alle fossiele brandstoffen.
Toch zijn er drie nieuwe grote kolencentrales in aanbouw, en ECN verwacht nog een vierde nieuwe voor 2020. Eon en Electrabel bouwen een centrale op de Maasvlakte, RWE bij Eemshaven.
De centrales moeten capture-ready worden gebouwd. Ofwel: er moet straks CO2 kunnen worden afgevangen. Niet dat dat veel betekent: als er ruimte is gereserveerd voor de installaties die het broeikasgas moeten opvangen, is dat ready genoeg. Aan de andere kant heeft bijvoorbeeld Eon wel al een proefinstallatie voor het opvangen van CO2. Stel dat dat straks op grote schaal gebeurt, bij de kolencentrales, dan heten de kolen ‘schone kolen’.

Maar dan ben je dus alleen van het CO2-probleem af. Voor de rest blijven kolen gewoon zo vuil als ze nu zijn.
Bron; Volkskrant, 3-7-2010

Noot Windvogel; Bekijk hier de uitzendingen van Netwerk over de herkomst van kolen. Probeer als het kan zo min mogelijk energie te verspillen en wek zelf je stroom op met zonnepanelen of doe mee met ons op weg naar een duurzame samenleving dan kunnen we de kolen met rust laten.

Tags: schone kolen, Steenkool, subsidie steenkool, vuile kolen

This entry was posted on Friday, July 9th, 2010 at 8:53 am and is filed under Nieuws. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Leave a Reply

  • Menu

    • Home
    • Zelflevering
    • Vereniging
    • Molens
    • Nieuwe Projecten
    • Windvaan
    • Evenementen
    • Acties
    • Links
    • Winkel
    • Lid worden
    • Contact
  • Nieuwsarchief

Copyright © 2010 - De Windvogel | Entries (RSS) | Comments (RSS)