In de komende maanden wordt de toekomst van de lokale duurzame energie bepaald door de Ministeries van Financien en Economische Zaken en via het energieakkoord van de SER. De burger mag meepraten over de voorstellen die daar gedaan worden. Dat moet anders, stelt onze voorzitter Dick van Elk. De burger moet leidend zijn in dit debat.
Aldus de voorzitter:
Ik stel voor de discussie niet “volgend” maar “leidend” te maken; zo is de Windvogel 15 jaar geleden ook begonnen met wat uiteindelijk heet Zelflevering.
Daarbij zijn de volgende overwegingen van belang:
1. De Club van Rome heeft aangetoond dat de, helaas nog steeds huidige, vorm van omgaan met onze natuurlijke hulpbronnen op termijn onhoudbaar is. De argumenten van de Club van Rome zijn bevestigd en verfijnd door de VN conferenties van o.a. Rio, Kyoto, Johannesburg en Kopenhagen. De belangen van de samenleving zijn gediend bij een zo snel mogelijke ombuiging van de huidige “jagers en verzamelaars” manier van omgang met de aarde, en daarmee met onze natuurlijke hulpbronnen, naar een duurzame manier van het gebruik van deze hulpbronnen.
2. De in de conclusies van het Rapport van Rome (en volgende initiatieven) genoemde maatregelen hebben geleid tot een tegenreactie van belanghebbenden bij de “jagers en verzamelaars” mentaliteit. Deze belangen zijn sindsdien op dezelfde wijze en met succes(!) verdedigd. Zie hiervoor o.a. het mislukken van Kopenhagen.
3. De rapporteringen van o.a. Stern (2005, vóór de economische crisis) zijn zowel economisch als inhoudelijk uiterst relevant.
4. De financieel-economische crisis leidt de aandacht af van de ecologische crisis. De politiek houdt zich, net als het belanghebbende deel van het bedrijfsleven en andere instituties, hoofdzakelijk bezig met de korte termijn, o.a. veroorzaakt door de 4 jarige cyclus van ons democratisch proces. Proactieve actie op lange termijn wordt hierdoor weliswaar door velen (h)erkend maar niet afdoende geëffectueerd.
5. De wetenschap is eensgezind; de wetenschappers niet. In 20 jaar tijd is de onzekerheid van de conclusies van antropocentrische gevolgen afgenomen tot minder dan 10%. Met name de belangen van de huidige “status quo” zijn aanleiding voor een kleine minderheid om onenigheid te zaaien bij het grote publiek, een situatie waar de media graag op inspelen. Daarbij wordt waarheidsvinding m.i .tegenwoordig van ondergeschikt belang geacht; in tegendeel, de tegenstellingen worden uitvergroot en de voor- en tegenstanders tegen elkaar uitgespeeld.
6. De overheid volgt beleidsmatig de conclusies van de wetenschap. Uitspraken als “de vervuiler betaalt” en “een ombuiging naar een duurzame economie is nodig” zijn al meer dan 20 jaar te vinden in vele overheidsrapporten.
7. De beleidsdaden zijn hiermee niet in overeenstemming.
Burgers die hun eigen conclusies trekken en wèl persoonlijk of gezamenlijk in coöperatief verband, een wijziging in hun handelen in overeenstemming met het overheidsbeleid effectueren, worden (nog steeds) niet gesteund door diezelfde overheid. Bij energie is het argument daarvoor schrijnend: inkomstenderving door verminderde belastingopbrengst. Het meest in het oog springend hierbij is de actie dat door de regressieve belastingheffing de vervuiler wordt beloond! Ik heb al jaren aangegeven dat dit eenvoudig oplosbaar is door het schot tussen de belastingvoordelen voor duurzame en vervuilende fossiele energie te verwijderen.
Hierdoor wordt de beschikbare ruimte voor duurzame energie maximaal: 7 miljard Euro. Het argument van behoud van werkgelegenheid is niet valide, werkgelegenheid dient een ander doel dan duurzaamheid. Het dient derhalve op een andere manier gefinancierd te worden en niet te koste te gaan van het m.i. hogere doel van duurzaamheid.
Blijft de financiële winst bij zelflevering. Die winst is er (nog) niet bij PV-panelen. Bij windenergie is die er wel. Wanneer deze winst echter geïnvesteerd wordt in een vergroting van duurzaamheid wordt de snelheid waarmee die duurzaamheid bereikt wordt globaal verdubbeld! (Er is 2x zoveel geld beschikbaar; zie verder de berekening van het “1.000 Palen Plan” van De Windvogel. Wanneer de helft van de NL burgers die nu al “groene stroom” hebben zelf hun groene stroom in NL produceren levert dat èn NL-groene stoom op èn werkgelegenheid; de 500 7,5 MW windturbines zouden in NL geproduceerd kunnen worden . . . ).
De discussie met de overheid en binnen de SER moet derhalve worden gevoerd binnen het perspectief van de (toekomstige) duurzame samenleving met een cyclische economie als gevolg. Deze toekomstgerichtheid waarborgt een langdurig houdbare situatie binnen de samenleving. Een samenleving waarin hernieuwd een duurzaam perspectief ontstaat, dat ons uit de huidige situatie verder kan brengen.
Regeren is vooruitzien. Wanneer de overheid daar onvoldoende in slaagt moet een voorhoede van de burgers dat maar doen. 50% van de NL huishoudens gebruikt naar zij denken “groene stroom”. In driekwart van de NL gemeenten zijn initiatieven bezig om aan duurzame energie vorm te geven. Burgers hebben al gekozen. Aan ons om de overheid mee te nemen in onze beweging naar een duurzame toekomst. Niet terughouden. Niet mondjesmaat. Niet experimenteel. Gewoon voluit. Omdat dat nodig is. Omdat dat perspectief biedt. Omdat dat een toekomstgerichte samenleving mogelijk maakt!
Veel succes met de rol van de burgers en hartelijke groet,
Dick van Elk