Vergunningen windpark Drentse Monden en Oostermoer onherroepelijk

logo_drentsemonden oostermoerDe Raad van State heeft een positieve uitspraak gedaan over windpark Drentse monden en Oostermoer. Daarmee zijn het Rijksinpassingsplan, de omgevingsvergunningen, de ontheffing Flora- en Faunawet en de vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet onherroepelijk geworden. Dit betekent dat wij, samen met de andere initiatiefnemers gaan starten met de voorbereidingen voor de bouwfase. Via de Windvogel kunnen burgers participeren in dit windpark. Wij zijn blij met deze uitspraak van de Raad van State, mede omdat dit windpark een flinke bijdrage levert aan de transitie naar duurzame energie in Nederland.

Belangrijke uitspraak
Met deze uitspraak van de Raad van State zijn het Rijksinpassingsplan, de omgevingsvergunningen, de ontheffing Flora- en Faunawet en de vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet onherroepelijk. Dat betekent dat hiertegen niet meer kan worden opgekomen. Dat is dus een heel belangrijke stap voor het windpark: de bouw is een stuk dichterbij gekomen.

Bouwvoorbereidingen
De voorbereiding van de bouw gaat nu van start. Wanneer de daadwerkelijke bouw precies begint, is nog niet bekend. Zodra daarover meer bekend is, melden wij dat via onze website en nieuwsbrief.

Korte terugblik op procedure Raad van State
Op 14 en 15 september 2017 hield de Raad van State in Den Haag de zitting in het kader van de beroepsprocedure. Deze procedure was door meerdere personen ingesteld tegen het Rijksinpassingsplan, de omgevingsvergunningen, de ontheffing Flora- en Faunawet en de vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet. Zij hadden beroepschriften hiertegen ingediend.
Tijdens de zitting kreeg elke partij de gelegenheid om zijn of haar standpunt naar voren te brengen en de leden van de Raad van State konden vragen stellen aan de initiatiefnemers van het windpark, de Rijksoverheid, de provincie en de indieners van de beroepschriften.

Uitspraak van Raad van State
De Raad van State heeft op 21 februari uitspraak gedaan in deze zaak en de ingediende beroepen ongegrond verklaard. De volledige uitspraak met daarin de overwegingen van de Raad van State die leiden tot deze uitspraak vindt u hier:
LINK

Vragen en contact
We hopen u zo goed te hebben geïnformeerd over de stand van zaken rond Windpark De Drentse Monden en Oostermoer. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze nieuwsbrief of over het windpark in het algemeen, mail deze dan vooral naar info@drentsemondenoostermoer.nl

Mensen die zijn geïnteresseerd in het windpark kunnen zich hier aanmelden voor de nieuwsbrief.

Meer informatie over dit windpark op de gezamenlijke website van de initiatiefnemers.

Meer informatie over dit windpark op de website van De Windvogel.

‘Controleer of uw lokale gemeente al een duurzaamheidsdoelstelling heeft, zo niet spreek uw gemeente daar op aan’

siward zomerVan de voorzitter
Vorige week werd bekend dat we slechts 0,1% meer duurzame energie gebruiken dan het vorige jaar. Het jaar 2020 komt in zicht voor lokale beleidsmakers en er is nog steeds geen snelheid in energietransitie. Veel gemeenten konden tot nu toe rustig toekijken hoe bij andere gemeenten de doelstellingen werden opgelegd. Verschillende gemeenten moesten onder het energieakkoord aan de slag om de 6000 MW wind op land te halen. Maar langzaam begint er nu te dagen dat er ook een wereld is ná 2020 en ná het energieakkoord. Langzaam gaan gemeenten hun eigen visies en doelstellingen opschrijven. Het is nu aan de burgers van hun gemeente om zich daar ook aan te houden en snelheid te eisen.

Een fijne bijkomstigheid is dat veel gemeenten nu niet alleen nadenken over de doelstellingen, maar ook de ervaringen van de afgelopen jaren meenemen in hun besluit over hoe ze die doelstellingen gaan halen. Er zijn veel lessen geleerd en de coöperaties hebben zich goed op de kaart gezet. Onlangs ben ik bij drie gemeenten geweest die hun doelstellingen het liefst alleen maar coöperatief invullen. Dat is ook logisch gezien de vele gunstige bijkomstigheden die de coöperatieve aanpak heeft. De belangrijkste is dat wanneer er een sterke coöperatie in de gemeenschap ontstaat, dit een lokaal vliegwiel is voor vele nieuwe projecten. Kijk maar naar hoe Zuidenwind met één coöperatieve molen in Limburg de voortrekker is van vele nieuwe lokale projecten.
Maar dit is nog maar het begin. Er komen steeds meer gemeenten die hun visies willen omzetten in concrete doelstellingen en handelingen. Wij als burgers verenigd in coöperaties hebben daar de mogelijkheid om onze gemeenten te helpen. Dus mijn oproep aan u als leden is als volgt:

Controleer of uw lokale gemeente al een duurzaamheidsdoelstelling heeft, zo niet spreek uw gemeente daar op aan. Zo ja, ga een keer bij de wethouder langs en vertel hem of haar over de coöperatieve aanpak. Vertel dat wanneer burgers de energie-transitie zelf oppakken de zeggenschap over energie en geldstromen lokaal blijven en niet buiten de gemeente vloeien. Wanneer uw gemeente echt stappen wil zetten, maak contact met uw lokale energiecoöperatie en vraag De Windvogel om u te ondersteunen om tot een succesvol energieproject te komen.
Er is nog veel werk te doen, dat redden we in Nederland niet als we gaan zitten wachten tot de markt het voor ons gaat doen. De energietransitie slaagt wanneer wij als actieve burgers onze overheden aanspreken om stappen te zetten en soms dingen te doen die niet overal populair zijn. U als lid van een burgercoöperatie staat dus aan de voorhoede van die beweging. Het is aan ons om de snelheid erin te krijgen!

Jongerencommissie geïnstalleerd tijdens jubileum Windvogel 25 jaar

windkuikens oranje molentjesDe Windvogel: al 25 jaar windenergie voor jong en oud
De Windvogel is één van de eerste energiecoöperaties in Nederland. In 1994 bouwden we onze eerste ‘tweewieker’ die stroom opwekte voor 20 huishoudens. Nu bouwen we moderne windturbines die per stuk wel 1500 huishoudens van stroom voorzien, en is er een jongerencommissie ‘De Windkuikens’ die duurzame energieprojecten voor en door jongeren opzet. Morgen worden ze officieel geïnstalleerd tijdens het 25-jarig jubileum van De Windvogel.

Jongerencommissie De Windkuikens
“Wij geloven dat coöperaties de energietransitie kunnen laten slagen door samen met elkaar en met behulp van jongeren, te streven naar zo veel mogelijk duurzame energie”, aldus Jana de Heer en Floor Ebben, de initiatiefneemsters van de jongerencommissie De Windkuikens. Het is een win-win-win situatie: voor de jongeren, de coöperaties én het klimaat. Jongeren leren in energiecoöperaties om zelf energie op te wekken met zon en wind, en in ruil daarvoor bieden zij de coöperaties een toekomstperspectief en meer jonge leden.

25 jaar terug en 25 jaar vooruit
‘De Windvogel is een actieve club met veel kennis’. Dat zegt voorzitter Siward Zomer. ‘Die kennis delen we door samenwerking in projecten met andere lokale coöperaties zoals in de coalities ‘Amsterdam Wind’, ‘Lansingerwind’ en ‘Zuidenwind’. Zo ontstaan gezamenlijke burgerwindmolens door het hele land. De Windvogel schuwt ook de participatie in grote windparken niet. Bijvoorbeeld in de windparken in Drenthe en Flevoland. ‘Windmolens vormen, naast zonne-energie, de toekomstige energievoorziening van Nederland, maar we willen het wel goed geregeld hebben voor de omwonenden, dus iedereen moet kunnen meedoen’, aldus voorzitter Siward Zomer.

Burgerparticipatie in energie neemt een vogelvlucht
Steeds meer burgers willen zelfvoorzienend en duurzaam zijn voor wat betreft hun energieverbruik. Burgers werken samen aan lokale energieproductie, besparing, collectieve inkoop van zonnepanelen, elektrisch vervoer en stroomlevering. De coöperaties vertegenwoordigen samen 35 tot 40 duizend leden. Bij De Windvogel kunnen burgers zelf meebouwen aan nieuwe windmolens door geld te lenen aan de coöperatie en onze stroom af te nemen. De Windvogel telt nu zo’n 3300 leden door het hele land.

Duizenden burgers staan paraat om energiedoelen te halen

NEV2015Vorige week verscheen de jaarlijkse Nationale Energieverkenning 2015 (NEV), een studie naar de haalbaarheid van het energieakkoord. De Windvogel is verheugd om te zien dat het aandeel hernieuwbare energie toeneemt, en dat de burger een belangrijke rol moet krijgen in de energietransitie.

Onmisbare rol van burger
De overtuiging dat de burger onmisbaar is in de energietransitie hebben wij al heel lang, en wordt nu uitgesproken in de Nationale Energieverkenning 2015. De burger heeft een rol op het gebied van ontwikkeling, investering en draagvlak. De Windvogel is erg blij met de constatering en de erkenning voor de sector van de energiecoöperaties. Om te bereiken dat er snel meer windmolens gebouwd gaan worden voor en door burgers, is er vooral meer mankracht nodig om alle projecten uit te voeren die nu een grote slagingskans hebben. De meeste lokale coöperaties zijn bezig met het ontwikkelen van 1 windproject op 1 locatie, terwijl grote bedrijven hun troeven op meerdere locaties kunnen inzetten en zo de slagingskans verdelen over al hun projecten. Daar kunnen coöperaties wel wat extra capaciteit gebruiken.

Energie boost
Siward Zomer, voorzitter van De Windvogel: ‘De prognose dat de doelen niet gehaald worden is een vrees, en geen absolute waarheid. De energiecoöperaties maakten een langzame start, maar we zien nu ontzettend veel burgers die concreet aan de slag gaan en weten hoe je duurzame energieprojecten moet ontwikkelen. Met die boost achter de energietransitie kunnen we prima de doelen halen. Laten we niet kijken naar onwelwillende politici en stroopvolle procedures, maar laten we kijken naar enthousiaste burgers.”

Lichtpuntjes
De bouw van windmolens op land verloopt stroef volgens de Energieverkenning, maar we zien ook veel lichtpuntjes. Bijvoorbeeld dat het aantal leden van REScoopNL met de helft is toegenomen (22 windcoöperaties zijn nu lid), en dat er wethouders zijn die eisen dat windparken coöperatief ontwikkeld moeten worden.

Energiecoöperaties onmisbaar om snel meer duurzame energie te realiseren

logo rliIn een zojuist verschenen rapport van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur(RLI) staat dat energiecoöperaties ervoor zorgen dat de energietransitie sneller gaat en helpen om windmolens in het landschap te accepteren. Het rapport stelt dit in haar advies aan de regering om te komen tot een duurzame energievoorziening in 2050. ‘Gelet op de gewenste snelheid van de energietransitie is het van belang om tot nieuwe vormen van samenwerking en benadering van doelgroepen te komen. Voorbeelden zijn energiecoöperaties en energiebesparing in de gebouwde omgeving.’

Acceptatie van windmolens via de ‘menselijke maat’ van coöperaties
Afhankelijk van de vraag hoeveel van de nationale energiebehoefte in 2050 uiteindelijk op eigen bodem geproduceerd zal worden, zijn er 2000 tot 80.000 extra windmolens op land nodig (PBL, 2013b). ‘De energietransitie stelt de samenleving hoe dan ook voor een aanzienlijke ruimtelijke opgave die de inpassing van vele duizenden installaties en de bijbehorende infrastructuur omvat. De maatschappelijke acceptatie van de veranderingen in de fysieke leefomgeving die daardoor optreden, en die soms letterlijk naast de deur plaatsvinden, zal grote aandacht van burgers, politici en bestuurders vragen.’ De energiecoöperaties zijn een geschikte vorm om groepen positieve burgers te binden en te betrekken bij het ontwikkelen van nieuwe duurzame energie projecten. Het rapport stelt dat de ‘menselijke maat’ leidt tot meer acceptatie van de veranderingen in de leefomgeving van mensen: consumenten worden prosumenten van energie, burgerinitiatieven zijn drijvende krachten, lokale luchtkwaliteit spreekt meer aan dan klimaat, en gebouwen, wijken, steden en regio’s worden energieneutraal. Kleinschalige initiatieven leveren niet alleen een bijdrage aan het bereiken van het CO2-reductiedoel (vele kleintjes maken uiteindelijk één grote), ze zorgen ook voor een bredere maatschappelijke inbedding en voor draagvlak voor realisatie van de energietransitie. Actieve participatie van burgers in hun eigen energievoorziening leidt tot een meer gedragen energiebeleid en een grotere acceptatie van veranderingen in het landschap.

Klimaatwet nodig
De Rli constateert tevens dat Nederland sinds jaren klimaatbeleid voert, maar dat de CO2-emissies van de energievoorziening niet dalen. Daarom stelt de raad dat een trendbreuk nodig is en alles op alles gezet moet worden om in Nederland in 2050 80 tot 95% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. In het rapport adviseert de raad om het CO2-reductiedoel wettelijk vast te leggen. Een wettelijke borging geeft urgentie aan. Ook zorgt wettelijke verankering voor een helder perspectief aan de samenleving en voor zelfbinding voor politiek en bestuur.

Lees hier het volledige rapport van de Raad voor de leefomgeving (RLI).

De energietransitie van onderaf kan slagen door de juiste samenwerking op te zoeken

Een rapport van TNO laat zien dat de energietransitie door burgercoöperaties in volle gang is, maar in sommige gemeenten hapert. Gelukkig zijn er ook oplossingen: samenwerken is het devies. Samenwerken met andere coöperaties voor kennisuitwisseling, realisatiekracht en kapitaal, en samenwerking met gemeenten en bedrijven, kan ervoor zorgen dat de energietransitie van onderaf een succes wordt in Nederland.

Achtergrond

Nationale en Europese doelstellingen op het gebied van duurzame energie zijn ambitieus. Burgers spelen een belangrijke rol in de realisatie van deze doelen, en het aantal duurzame, lokale energie-initiatieven stijgt in een snel tempo. De beweging van lokale energie-initiatieven loopt echter tegen knelpunten aan. Belangrijke knelpunten zijn het ontbreken van coherent en consistent overheidsbeleid, de afwachtende houding bij gevestigde bedrijven, en het ontbreken van realisatiekracht en verdienmodellen bij de nieuwe energie-coöperaties.

De oplossing ligt in samenwerken
De oplossing moet gezocht worden in de samenwerking tussen burgers, overheid en het bedrijfsleven: samen vooraf de agenda en doelstellingen bepalen en deze samen vanuit de individuele kracht van betrokken partijen uitwerken en realiseren. Echter, de huidige dynamiek en onzekerheden in de transitie zijn groot.
Partijen moeten nieuwe strategische keuzes maken Gevestigde belangen in de grootschalige fossiele energievoorziening lijken de nieuwe decentrale hernieuwbare beweging in de weg te staan. Elke partij zal nieuwe strategische keuzes moeten maken.

Lokale overheden: durf te kiezen
Overheden staan voor de keuze een passieve houding aannemen, of de beweging van onderop actief te stimuleren. De overheid, zowel nationaal als lokaal, heeft doelstellingen ten aanzien van duurzaamheid. De energie-coöperaties kunnen als middel dienen deze doelstellingen te verwezenlijken. De rijksoverheid bepaalt met haar beleid en wet- en regelgeving de speelruimte en daarmee in belangrijke mate ook de uitkomst. Echter, provincies en gemeenten hebben met hun grondposities, financieringsmogelijkheden en vergunningenbeleid ook een troef in handen. Bovendien zien sommige provincies, gemeenten en burgers op basis van internationale ontwikkelingen argumenten die pleiten voor een grotere invloed van lokale overheden op het (lokale) energiebeleid. De vraag daarbij is welke rol de lokale overheid in de (recent geprivatiseerde) energiemarkt past, gezien ook de regie van nationale en Europese overheden in de steeds meer Europees georganiseerde energiemarkt.

Cooperaties helpen elkaar
Lokale energie-coöperaties staan voor de keuze onafhankelijk en lokaal te blijven opereren, of de samenwerking met andere coöperaties, het bedrijfsleven en/of overheden op te zoeken. Ze hebben de potentie in de lokale dynamiek een sleutelrol te spelen en draagvlak onder burgers te creëren, maar zullen zich moeten professionaliseren en een betrouwbare samenwerkingspartner moeten tonen willen ze daadwerkelijk een positie innemen. Schaaloptimalisatie is hierin een oplossing: kernactiviteiten en relatie lokaal dicht bij de burger houden, en specialistische activiteiten centraal borgen. Hier spelen nieuwe overkoepelende organisaties op in, maar ligt ook een duidelijke kans voor de netbeheerders en energiebedrijven. Met hun specialistische expertise en kennis, efficiënte administratieve bedrijfsvoering, toegang tot (inter)nationale markten, en mogelijkheid tot het nemen van financiële risico’s vormen ze een interessante samenwerkingspartner voor lokale energie-coöperaties.

Samenwerken met energiebedrijven
Energiebedrijven staan voor de keuze: een afwachtende houding innemen ten aanzien van coöperaties en doorgaan met zelf direct de consument benaderen met nieuwe duurzame proposities, of actief de samenwerking met energie-coöperaties opzoeken. Afwachten kost niks, maar levert ook niks op. Met een intensieve samenwerking wordt de vlucht naar voren gekozen. Energie-coöperaties worden nog al eens gezien als concurrent, maar kunnen ook een waardevolle partner zijn met een complementaire waarde propositie. Vanuit hun lokale verankering kunnen ze inspelen op lokale behoeften en nieuwe verbindingen leggen, lokaal vertrouwen en draagvlak creëren en zo samenwerken in duurzame productie. Ook kunnen ze nieuwe klanten/leden werven, maar het eigenaarschap deze kanten is dan vaak een lastig discussiepunt. Energie-coöperaties zijn vaak ook “early adapters” en vormen een bron van innovatie. Met zo’n samenwerking wordt kan een voorsprong genomen op concurrerende energiebedrijven die vervolgens lastig te overbruggen is.

Netbeheerders zijn geinteresseerd
Netbeheerders hebben een groot belang bij inzicht in het energiegedrag van consumenten en lokale producenten en wat de impact daarvan op het net is, en participeren daarom graag in experimenten van energie-coöperaties. Netbeheerders, energieleveranciers, en andere (nieuwe) partijen kunnen (binnen de wettelijke kaders hiervoor) in de toekomst een rol spelen in het verbinden van lokale zelfvoorzienende initiatieven en het orkestreren van flexibiliteit van vraag en aanbod van energie.

Banken soms terughoudend

Banken en financiers nemen momenteel ook een risicomijdende en afwachtende houding aan ten aanzien van lokale energie-initiatieven en zouden met nieuwe passende financieringsconstructies de realisatiekracht van deze ondernemers en hun bijdrage aan de energietransitie kunnen vergroten.

Het is aan alle partijen: overheden, burgers en bedrijfsleven om nieuwe strategische keuzes te maken. Keuzes die de voordelen van centrale én decentrale energievoorziening slim combineren. Keuzes die rekening houden met de gevestigde fossiele belangen en tegelijkertijd de energieke burgerbeweging in staat stellen om de transitie naar een duurzame Nederlandse energiehuishouding te versnellen. Dit vraagt echter wel om een lange termijn visie en lef van alle partijen.

Over het project van TNO:

Het onderzoeksproject “De energietransitie van onderaf” heeft onderzocht hoe lokale duurzame energie-initiatieven de transitie naar een duurzame Nederlandse energiehuishouding kunnen versnellen. Het project heeft allereerst de huidige situatie in kaart gebracht en knelpunten geïdentificeerd, en vervolgens aan de hand van verschillende toekomstbeelden handelingsperspectieven voor energie-coöperaties en samenwerkingspartners opgesteld. Ook zijn met behulp van een waardenetwerken aanpak concrete samenwerkingen uitgewerkt rond drie verschillende groeiperspectieven voor energie-coöperaties: de aanjagende coöperatie die een stimulerende rol speelt in de energietransitie, de competitieve coöperatie die concurreert met andere leveranciers op de (nationale) markt, en de zelfvoorzienende coöperatie die een onafhankelijke duurzame lokale gemeenschap nastreeft. Met het in het project ontwikkelde strategische rollenspel ‘De Energietransitie van Onderaf’ kunnen partijen op een interactieve, leerzame en leuke manier experimenteren met nieuwe strategieën en nieuwe samenwerkingen en zich zo voorbereiden op het sluiten van een lokaal energieakkoord of een andere samenwerkingsvorm om de energietransitie te versnellen. Voor alle project resultaten zie https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/energie/sustainable-energy/new-markets-and-users/de-energietransitie-van-onderaf/
Dit project is uitgevoerd binnen STEM (Samenwerken Topsector Energie en Maatschappij), het sociale-innovatie programma van de Topsector Energie met subsidie van het Ministerie van Economische Zaken. Het consortium bestaat uit TNO, Netbeheer Nederland, Energie Nederland, Eneco, Essent, GDF Suez, Nuon, Verenigde Energie Coöperaties Noord-Brabant en de Rabobank.

Bronnen
Rijken, M., februari 2015 TNO Rapport 2015 R10327.
Rijken, M. & Attema-Van Waas, R. De Energietransitie van Onderaf loopt tegen knelpunten aan. TNO Rapport 2014 R11300.
Groote Schaarsberg, M., Koers, W. en Weij, W. van der. Toekomstperspectieven voor energie-coöperaties. TNO Rapport 2015 R10302.

Energietransitie naar een energiedemocratie

Van de voorzitter – Siward Zomer

Afgelopen maand bracht de Europese Federatie van Energiecoöperaties een boek uit met de titel: “Een energietransitie naar een energiedemocratie.” Het boek was een eindrapportage van drie jaar samenwerken met allerlei energiecoöperaties in Europa. De voornaamste conclusies waren dat de meeste energiecoöperaties het eens zijn over twee punten: ten eerste dat burgers momenteel de energietransitie betalen en ten tweede dat natuurlijke energiebronnen gemeengoed zijn. De Windvogel vindt dit ook belangrijke onderwerpen in de energietransitie en zal in de toekomst op deze twee punten meer aandacht vestigen in Nederland.

Burgers betalen de energietransitie

In Nederland zie je inderdaad dat burgers de voornaamste geldschieters voor de transitie zijn. Consumenten, voornamelijk kleingebruikers, betalen sinds 1 januari 2013 Opslag Duurzame Energie, ongelukkig afgekort tot ODE gelijknamig met de Organisatie voor Duurzame Energie. Deze opslag wordt gebruikt voor de subsidiëring van duurzame energie. Een groot gedeelte van het opgehaalde geld van burgers wordt nu gebruikt om internationale bedrijven te spekken door onrendabele kolencentrales te subsidiëren bij het verbranden van Canadees hout. Daarnaast betalen burgers vastrecht voor de netaansluiting dat gebruikt wordt voor de aanpassingen aan het netwerk. Dat is nog niet alles; ook het geld van burgers als spaarder bij duurzame banken en hun pensioengeld wordt gebruikt voor investeringen in duurzame energieprojecten.

Natuurlijke bronnen zijn gemeengoed

Een gemeengoed is iets dat van de gemeenschap is, een goed dat je derhalve niet kan privatiseren zodat alleen een selecte groep mensen daar toegang tot heeft. In Nederland wordt water als gemeengoed gedefinieerd, vandaar dat onze waterschappen nog democratisch georganiseerde organisaties zijn. Energie, en met name duurzame energiebronnen, zouden ook gemeengoed moeten zijn. Deze bronnen zouden daarom gedemocratiseerd moeten worden, en toegankelijk voor iedereen om te gebruiken en er de vruchten van te plukken (financieel en energetisch).

Ethisch recht van directe burgerparticipatie

Om bovenstaande redenen vindt De Windvogel, en vele energiecoöperaties door heel Europa, dat wij als democratisch georganiseerde burgercoöperatie het ethische recht hebben om directe participatie van burgers in windprojecten op te eisen. We werken daarom samen met lokale politieke partijen en overheden om de voorwaarden te stellen waarop burgers in toekomstige windprojecten mee kunnen doen, zodat zij over de opbrengsten en de energiestromen kunnen beslissen. Hiermee democratiseren we de energietransitie en maken we de toekomst van Nederland niet alleen energetisch duurzaam, maar zal dit ook de sociale en politieke duurzaamheid van Nederland versterken. In ieder geval is één ding zeker over de toekomst van de energietransitie, De Windvogel gaat het druk krijgen.