D U U R Z A A M en/of D’E U R O Z A A M

Of: hoe combineren we boodschap en bedrijf

Het doel van onze coöperatieve vereniging is volgens de statuten, artikel 2, lid 1:
a.      Het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen.
b.      Het op levensvriendelijke wijze produceren en doen produceren van energie, direct of indirect ten behoeve van de leden, alles in de ruimste zin.
Het tweede lid van artikel 2 geeft daarna aan hoe de coöperatie dit doel tracht te bereiken. Dat is enerzijds verwoord in een ideëel deel, namelijk via voorlichting over duurzame energiebronnen en anderzijds in een praktisch deel, namelijk het uitoefenen van een bedrijf.

Het is spannend om te zien hoe deze beide actie richtingen binnen onze coöperatie elkaar nodig hebben. Meestal versterken ze elkaar en soms lopen ze elkaar een beetje in de weg.
Mag duurzaam ook wat kosten? Of moet duurzaam altijd iets extra’s opleveren? Dat zijn de vragen die dan worden gesteld. En wie profiteert daar dan van? Het collectief, of een lid?

Mag duurzaam ook wat kosten?

Onze coöperatie bestrijkt niet het gehele veld van duurzaamheid in de zin van het Brundlandt rapport, dat wel eens is beschreven in de zin als: Wij hebben deze aarde niet van onze voorouders gekregen, maar te leen van onze kinderen. Energievoorziening in de toekomst speelt in het streven naar duurzaamheid een belangrijke rol. Het is van belang dat wij zoveel als mogelijk de door de zon op aarde uitgestraalde energie maximaal benutten. In onze gemechaniseerde maatschappij hebben we veel elektriciteit nodig. Helaas wordt de concurrentie in elektriciteitsaanbod vertroebeld door het niet toerekenen van de integrale kosten van het verbruik van fossiele brandstoffen. Daardoor heeft de productie van elektriciteit via directe zongrelateerde opwekking (Wind en PV)  een kunstmatige achterstand in rentabiliteit. Dus zo schijnt duurzaam meer te kosten. Als duidelijk zou zijn hoeveel de vermeden kosten van elektriciteit via opwekking uit fossiele bronnen zijn en waar deze kosten terecht komen en wie die betaalt, zal blijken dat duurzaam altijd voordeliger is. Maar wie presenteert die rekening voor de vermeden kosten; en, nog belangrijker, wie zou deze moeten betalen.

Door deze wirwar van omstandigheden, nog versterkt door een overheid, die een in principe schaars artikel als energie, aan de liberalisering heeft prijsgegeven, is het voor niemand meer duidelijk waar de kosten van het verbruik zitten en wie wat betaalt. Men kan wel vaststellen dat de nota van het energiebedrijf geen basis kan zijn om een indruk te krijgen van de werkelijke kosten.
In deze zin is elke door ons opgewekte kilowattuur een bijdrage aan een duurzame samenleving. En hoe meer kilowatturen des te beter. Door dit overal zo veel en zo vaak mogelijk te verkondigen voldoen wij aan de ideële doelstelling van onze coöperatie. Maar heeft dit ook automatisch tot gevolg dat wij daarmee grote aantallen leden aan ons binden?

Wie profiteert van onze inspanning?

Wij hebben ook een tweede deel van onze doelstelling, namelijk om aan te tonen, dat met de exploitatie van duurzame energiebronnen een rendabele exploitatie mogelijk is. Dan ontmoeten we echter harde feiten en regelingen, die al of niet voortkomend uit een (ver) verleden het dagelijks inzicht meer dan voor de intentie van duurzaamheid goed is, beheersen en vertroebelen.
Dan heb je te maken met subsidieregelingen, met belastingregelingen, met allerlei obstakels en vergunningen bij de projectontwikkeling, met actiegroepen, met onwil en tegenwerking, maar ook met goede resultaten en voldoening.
Desondanks hebben wij in 20 jaar een organisatie opgebouwd die in staat is om veel leden aan zich te binden; leden te enthousiasmeren om te investeren in duurzame energieopwekking (de laatste jaren met een rendement van 7%); om een groot aantal leden actief in de ontwikkeling te betrekken en om een vernieuwend initiatief te ontwikkelen als het Zelflevermodel. En vooral met ambitie om een belangrijke rol te spelen in Nederland duurzaam.

Komen de resultaten van deze collectieve inspanningen ook bij de leden terecht?
Ten eerste het aandeel in het vermogen van de coöperatie. De ledenvergadering heeft bij herhaling bevestigd om het inleggeld op € 50 te handhaven om de drempel voor toetreding als lid niet te hoog te maken. Met het inleggeld is men mede-eigenaar van de coöperatie. De waarde van dit lidmaatschap bedraagt thans het tienvoudige van de inleg.
Ten tweede stelt de coöperatie de leden in staat om in duurzame energieopwekking te investeren door middel van een lening aan de coöperatie. Al hetgeen een lid meer ontvangt in vergelijking met rentegevende rekeningen elders mag als een korting op de elektriciteitsrekening worden beschouwd. Voor elke € 1000 investering kan men zich voor 2000 kWh niet-milieubelastend elektraverbruiker noemen.
Ten derde wordt in het kader van de pilot zelflevering in het jaar 2009 aan deelnemers aan deze pilot een compensatie van € 50 gegeven voor het geval hun rekening voor elektriciteit lager zou kunnen uitvallen, wanneer zij een andere E-leverancier zouden hebben gekozen. Gerelateerd aan het kWh verbruik is deze compensatie voordeliger voor degenen die weinig verbruiken. Bij een verbruik van 500 kWh is de korting dus € 0.10 per kWh; bij een verbruik van 5000 kWh slechts € 0.01. Voorwaar een stimulans tot besparing! Of en hoe deze regeling zal worden voortgezet in 2010 en volgende jaren is nog onderwerp van onderzoek. De resultaten daarvan hangen weer af van de standpunten van de overheid betreffende de Energiebelasting en de Omzetbelasting. Zowel wij als onze partner in deze pilot hebben de intentie tot verdere uitbreiding van de zelflevering. Een compensatie als hier bedoeld, zal slechts heel beperkt kunnen zijn. Het integrale tarief voor het tweede halfjaar 2009 bedraagt € 0.22972 per kWh; ontdaan van belasting componenten resteert € 0.08454 voor de levering; verminderd met de facilitaire kosten (huidige stand) resteert een kleine € 0.05 als vergoeding voor onze kosten.  Daar schiet dus weinig van over.

Financieel beleid

Om gesteld te staan voor nieuwe investeringen door de coöperatie is ook een gedegen financieel beleid nodig, dat deze investeringen mogelijk maakt, mede gelet op de wensen van onze externe financiers. Het gaat dan ineens over investeringen van meerdere miljoenen euro’s. Dan staan we ook voor de beslissing om de revenuen uit onze exploitatie te herinvesteren. Juist de realisatie van dergelijke projecten geeft onze visie en boodschap kracht en zal mede de basis kunnen zijn voor aanmerkelijke uitbreiding van ons ledental.

Duurzaam evenwicht

Deze notitie is geschreven naar aanleiding van de discussie tijdens het weekend in september 2009. Het bleek niet gemakkelijk om concreet de intenties en voordelen weer te geven van onze gezamenlijke inspanningen. Intern blijft het natuurlijk zoeken naar een duurzaam evenwicht tussen onze doelstelling, inclusief de bedrijfsmatige uitwerking daarvan en de legitieme vraag van de leden: wat betekent dat voor mij? Dat zal wel altijd een onderwerp van discussie blijven. Daar zullen we ook wel goed uitkomen, wanneer we de primaire doelstelling blijven onderschrijven: Duurzaam, duurzaam, duurzaam duurzaam, enz. enz.

Arnold Abbema
211009

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *