De energietransitie van onderaf kan slagen door de juiste samenwerking op te zoeken

Een rapport van TNO laat zien dat de energietransitie door burgercoöperaties in volle gang is, maar in sommige gemeenten hapert. Gelukkig zijn er ook oplossingen: samenwerken is het devies. Samenwerken met andere coöperaties voor kennisuitwisseling, realisatiekracht en kapitaal, en samenwerking met gemeenten en bedrijven, kan ervoor zorgen dat de energietransitie van onderaf een succes wordt in Nederland.

Achtergrond

Nationale en Europese doelstellingen op het gebied van duurzame energie zijn ambitieus. Burgers spelen een belangrijke rol in de realisatie van deze doelen, en het aantal duurzame, lokale energie-initiatieven stijgt in een snel tempo. De beweging van lokale energie-initiatieven loopt echter tegen knelpunten aan. Belangrijke knelpunten zijn het ontbreken van coherent en consistent overheidsbeleid, de afwachtende houding bij gevestigde bedrijven, en het ontbreken van realisatiekracht en verdienmodellen bij de nieuwe energie-coöperaties.

De oplossing ligt in samenwerken
De oplossing moet gezocht worden in de samenwerking tussen burgers, overheid en het bedrijfsleven: samen vooraf de agenda en doelstellingen bepalen en deze samen vanuit de individuele kracht van betrokken partijen uitwerken en realiseren. Echter, de huidige dynamiek en onzekerheden in de transitie zijn groot.
Partijen moeten nieuwe strategische keuzes maken Gevestigde belangen in de grootschalige fossiele energievoorziening lijken de nieuwe decentrale hernieuwbare beweging in de weg te staan. Elke partij zal nieuwe strategische keuzes moeten maken.

Lokale overheden: durf te kiezen
Overheden staan voor de keuze een passieve houding aannemen, of de beweging van onderop actief te stimuleren. De overheid, zowel nationaal als lokaal, heeft doelstellingen ten aanzien van duurzaamheid. De energie-coöperaties kunnen als middel dienen deze doelstellingen te verwezenlijken. De rijksoverheid bepaalt met haar beleid en wet- en regelgeving de speelruimte en daarmee in belangrijke mate ook de uitkomst. Echter, provincies en gemeenten hebben met hun grondposities, financieringsmogelijkheden en vergunningenbeleid ook een troef in handen. Bovendien zien sommige provincies, gemeenten en burgers op basis van internationale ontwikkelingen argumenten die pleiten voor een grotere invloed van lokale overheden op het (lokale) energiebeleid. De vraag daarbij is welke rol de lokale overheid in de (recent geprivatiseerde) energiemarkt past, gezien ook de regie van nationale en Europese overheden in de steeds meer Europees georganiseerde energiemarkt.

Cooperaties helpen elkaar
Lokale energie-coöperaties staan voor de keuze onafhankelijk en lokaal te blijven opereren, of de samenwerking met andere coöperaties, het bedrijfsleven en/of overheden op te zoeken. Ze hebben de potentie in de lokale dynamiek een sleutelrol te spelen en draagvlak onder burgers te creëren, maar zullen zich moeten professionaliseren en een betrouwbare samenwerkingspartner moeten tonen willen ze daadwerkelijk een positie innemen. Schaaloptimalisatie is hierin een oplossing: kernactiviteiten en relatie lokaal dicht bij de burger houden, en specialistische activiteiten centraal borgen. Hier spelen nieuwe overkoepelende organisaties op in, maar ligt ook een duidelijke kans voor de netbeheerders en energiebedrijven. Met hun specialistische expertise en kennis, efficiënte administratieve bedrijfsvoering, toegang tot (inter)nationale markten, en mogelijkheid tot het nemen van financiële risico’s vormen ze een interessante samenwerkingspartner voor lokale energie-coöperaties.

Samenwerken met energiebedrijven
Energiebedrijven staan voor de keuze: een afwachtende houding innemen ten aanzien van coöperaties en doorgaan met zelf direct de consument benaderen met nieuwe duurzame proposities, of actief de samenwerking met energie-coöperaties opzoeken. Afwachten kost niks, maar levert ook niks op. Met een intensieve samenwerking wordt de vlucht naar voren gekozen. Energie-coöperaties worden nog al eens gezien als concurrent, maar kunnen ook een waardevolle partner zijn met een complementaire waarde propositie. Vanuit hun lokale verankering kunnen ze inspelen op lokale behoeften en nieuwe verbindingen leggen, lokaal vertrouwen en draagvlak creëren en zo samenwerken in duurzame productie. Ook kunnen ze nieuwe klanten/leden werven, maar het eigenaarschap deze kanten is dan vaak een lastig discussiepunt. Energie-coöperaties zijn vaak ook “early adapters” en vormen een bron van innovatie. Met zo’n samenwerking wordt kan een voorsprong genomen op concurrerende energiebedrijven die vervolgens lastig te overbruggen is.

Netbeheerders zijn geinteresseerd
Netbeheerders hebben een groot belang bij inzicht in het energiegedrag van consumenten en lokale producenten en wat de impact daarvan op het net is, en participeren daarom graag in experimenten van energie-coöperaties. Netbeheerders, energieleveranciers, en andere (nieuwe) partijen kunnen (binnen de wettelijke kaders hiervoor) in de toekomst een rol spelen in het verbinden van lokale zelfvoorzienende initiatieven en het orkestreren van flexibiliteit van vraag en aanbod van energie.

Banken soms terughoudend

Banken en financiers nemen momenteel ook een risicomijdende en afwachtende houding aan ten aanzien van lokale energie-initiatieven en zouden met nieuwe passende financieringsconstructies de realisatiekracht van deze ondernemers en hun bijdrage aan de energietransitie kunnen vergroten.

Het is aan alle partijen: overheden, burgers en bedrijfsleven om nieuwe strategische keuzes te maken. Keuzes die de voordelen van centrale én decentrale energievoorziening slim combineren. Keuzes die rekening houden met de gevestigde fossiele belangen en tegelijkertijd de energieke burgerbeweging in staat stellen om de transitie naar een duurzame Nederlandse energiehuishouding te versnellen. Dit vraagt echter wel om een lange termijn visie en lef van alle partijen.

Over het project van TNO:

Het onderzoeksproject “De energietransitie van onderaf” heeft onderzocht hoe lokale duurzame energie-initiatieven de transitie naar een duurzame Nederlandse energiehuishouding kunnen versnellen. Het project heeft allereerst de huidige situatie in kaart gebracht en knelpunten geïdentificeerd, en vervolgens aan de hand van verschillende toekomstbeelden handelingsperspectieven voor energie-coöperaties en samenwerkingspartners opgesteld. Ook zijn met behulp van een waardenetwerken aanpak concrete samenwerkingen uitgewerkt rond drie verschillende groeiperspectieven voor energie-coöperaties: de aanjagende coöperatie die een stimulerende rol speelt in de energietransitie, de competitieve coöperatie die concurreert met andere leveranciers op de (nationale) markt, en de zelfvoorzienende coöperatie die een onafhankelijke duurzame lokale gemeenschap nastreeft. Met het in het project ontwikkelde strategische rollenspel ‘De Energietransitie van Onderaf’ kunnen partijen op een interactieve, leerzame en leuke manier experimenteren met nieuwe strategieën en nieuwe samenwerkingen en zich zo voorbereiden op het sluiten van een lokaal energieakkoord of een andere samenwerkingsvorm om de energietransitie te versnellen. Voor alle project resultaten zie https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/energie/sustainable-energy/new-markets-and-users/de-energietransitie-van-onderaf/
Dit project is uitgevoerd binnen STEM (Samenwerken Topsector Energie en Maatschappij), het sociale-innovatie programma van de Topsector Energie met subsidie van het Ministerie van Economische Zaken. Het consortium bestaat uit TNO, Netbeheer Nederland, Energie Nederland, Eneco, Essent, GDF Suez, Nuon, Verenigde Energie Coöperaties Noord-Brabant en de Rabobank.

Bronnen
Rijken, M., februari 2015 TNO Rapport 2015 R10327.
Rijken, M. & Attema-Van Waas, R. De Energietransitie van Onderaf loopt tegen knelpunten aan. TNO Rapport 2014 R11300.
Groote Schaarsberg, M., Koers, W. en Weij, W. van der. Toekomstperspectieven voor energie-coöperaties. TNO Rapport 2015 R10302.

One thought on “De energietransitie van onderaf kan slagen door de juiste samenwerking op te zoeken

  1. Dank voor deze post. Kritieken zijn merendeels teherct. Wij werken aan een versie die in elke webbrowser werkt, maar onze resources zijn beperkt. Overigens zijn de milieubewegingen Greenpeace en Natuur en Milieu wel betrokken geweest. We hebben uitvoerig met hen gesproken en gespard over de inhoud. Met name het kwantificeren van de zgn. externe kosten’ is onderwerp van gesprek. Dit zijn de kosten voor de maatschappij van bijvoorbeeld schade aan milieu of volksgezondheid van energiegebruik. In 2010 hopen wij een flinke stap in deze richting te zetten.

Leave a Reply to Isaac Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *