Jongerencommissie geïnstalleerd tijdens jubileum Windvogel 25 jaar

windkuikens oranje molentjesDe Windvogel: al 25 jaar windenergie voor jong en oud
De Windvogel is één van de eerste energiecoöperaties in Nederland. In 1994 bouwden we onze eerste ‘tweewieker’ die stroom opwekte voor 20 huishoudens. Nu bouwen we moderne windturbines die per stuk wel 1500 huishoudens van stroom voorzien, en is er een jongerencommissie ‘De Windkuikens’ die duurzame energieprojecten voor en door jongeren opzet. Morgen worden ze officieel geïnstalleerd tijdens het 25-jarig jubileum van De Windvogel.

Jongerencommissie De Windkuikens
“Wij geloven dat coöperaties de energietransitie kunnen laten slagen door samen met elkaar en met behulp van jongeren, te streven naar zo veel mogelijk duurzame energie”, aldus Jana de Heer en Floor Ebben, de initiatiefneemsters van de jongerencommissie De Windkuikens. Het is een win-win-win situatie: voor de jongeren, de coöperaties én het klimaat. Jongeren leren in energiecoöperaties om zelf energie op te wekken met zon en wind, en in ruil daarvoor bieden zij de coöperaties een toekomstperspectief en meer jonge leden.

25 jaar terug en 25 jaar vooruit
‘De Windvogel is een actieve club met veel kennis’. Dat zegt voorzitter Siward Zomer. ‘Die kennis delen we door samenwerking in projecten met andere lokale coöperaties zoals in de coalities ‘Amsterdam Wind’, ‘Lansingerwind’ en ‘Zuidenwind’. Zo ontstaan gezamenlijke burgerwindmolens door het hele land. De Windvogel schuwt ook de participatie in grote windparken niet. Bijvoorbeeld in de windparken in Drenthe en Flevoland. ‘Windmolens vormen, naast zonne-energie, de toekomstige energievoorziening van Nederland, maar we willen het wel goed geregeld hebben voor de omwonenden, dus iedereen moet kunnen meedoen’, aldus voorzitter Siward Zomer.

Burgerparticipatie in energie neemt een vogelvlucht
Steeds meer burgers willen zelfvoorzienend en duurzaam zijn voor wat betreft hun energieverbruik. Burgers werken samen aan lokale energieproductie, besparing, collectieve inkoop van zonnepanelen, elektrisch vervoer en stroomlevering. De coöperaties vertegenwoordigen samen 35 tot 40 duizend leden. Bij De Windvogel kunnen burgers zelf meebouwen aan nieuwe windmolens door geld te lenen aan de coöperatie en onze stroom af te nemen. De Windvogel telt nu zo’n 3300 leden door het hele land.

Duizenden burgers staan paraat om energiedoelen te halen

NEV2015Vorige week verscheen de jaarlijkse Nationale Energieverkenning 2015 (NEV), een studie naar de haalbaarheid van het energieakkoord. De Windvogel is verheugd om te zien dat het aandeel hernieuwbare energie toeneemt, en dat de burger een belangrijke rol moet krijgen in de energietransitie.

Onmisbare rol van burger
De overtuiging dat de burger onmisbaar is in de energietransitie hebben wij al heel lang, en wordt nu uitgesproken in de Nationale Energieverkenning 2015. De burger heeft een rol op het gebied van ontwikkeling, investering en draagvlak. De Windvogel is erg blij met de constatering en de erkenning voor de sector van de energiecoöperaties. Om te bereiken dat er snel meer windmolens gebouwd gaan worden voor en door burgers, is er vooral meer mankracht nodig om alle projecten uit te voeren die nu een grote slagingskans hebben. De meeste lokale coöperaties zijn bezig met het ontwikkelen van 1 windproject op 1 locatie, terwijl grote bedrijven hun troeven op meerdere locaties kunnen inzetten en zo de slagingskans verdelen over al hun projecten. Daar kunnen coöperaties wel wat extra capaciteit gebruiken.

Energie boost
Siward Zomer, voorzitter van De Windvogel: ‘De prognose dat de doelen niet gehaald worden is een vrees, en geen absolute waarheid. De energiecoöperaties maakten een langzame start, maar we zien nu ontzettend veel burgers die concreet aan de slag gaan en weten hoe je duurzame energieprojecten moet ontwikkelen. Met die boost achter de energietransitie kunnen we prima de doelen halen. Laten we niet kijken naar onwelwillende politici en stroopvolle procedures, maar laten we kijken naar enthousiaste burgers.”

Lichtpuntjes
De bouw van windmolens op land verloopt stroef volgens de Energieverkenning, maar we zien ook veel lichtpuntjes. Bijvoorbeeld dat het aantal leden van REScoopNL met de helft is toegenomen (22 windcoöperaties zijn nu lid), en dat er wethouders zijn die eisen dat windparken coöperatief ontwikkeld moeten worden.

Energiecoöperaties onmisbaar om snel meer duurzame energie te realiseren

logo rliIn een zojuist verschenen rapport van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur(RLI) staat dat energiecoöperaties ervoor zorgen dat de energietransitie sneller gaat en helpen om windmolens in het landschap te accepteren. Het rapport stelt dit in haar advies aan de regering om te komen tot een duurzame energievoorziening in 2050. ‘Gelet op de gewenste snelheid van de energietransitie is het van belang om tot nieuwe vormen van samenwerking en benadering van doelgroepen te komen. Voorbeelden zijn energiecoöperaties en energiebesparing in de gebouwde omgeving.’

Acceptatie van windmolens via de ‘menselijke maat’ van coöperaties
Afhankelijk van de vraag hoeveel van de nationale energiebehoefte in 2050 uiteindelijk op eigen bodem geproduceerd zal worden, zijn er 2000 tot 80.000 extra windmolens op land nodig (PBL, 2013b). ‘De energietransitie stelt de samenleving hoe dan ook voor een aanzienlijke ruimtelijke opgave die de inpassing van vele duizenden installaties en de bijbehorende infrastructuur omvat. De maatschappelijke acceptatie van de veranderingen in de fysieke leefomgeving die daardoor optreden, en die soms letterlijk naast de deur plaatsvinden, zal grote aandacht van burgers, politici en bestuurders vragen.’ De energiecoöperaties zijn een geschikte vorm om groepen positieve burgers te binden en te betrekken bij het ontwikkelen van nieuwe duurzame energie projecten. Het rapport stelt dat de ‘menselijke maat’ leidt tot meer acceptatie van de veranderingen in de leefomgeving van mensen: consumenten worden prosumenten van energie, burgerinitiatieven zijn drijvende krachten, lokale luchtkwaliteit spreekt meer aan dan klimaat, en gebouwen, wijken, steden en regio’s worden energieneutraal. Kleinschalige initiatieven leveren niet alleen een bijdrage aan het bereiken van het CO2-reductiedoel (vele kleintjes maken uiteindelijk één grote), ze zorgen ook voor een bredere maatschappelijke inbedding en voor draagvlak voor realisatie van de energietransitie. Actieve participatie van burgers in hun eigen energievoorziening leidt tot een meer gedragen energiebeleid en een grotere acceptatie van veranderingen in het landschap.

Klimaatwet nodig
De Rli constateert tevens dat Nederland sinds jaren klimaatbeleid voert, maar dat de CO2-emissies van de energievoorziening niet dalen. Daarom stelt de raad dat een trendbreuk nodig is en alles op alles gezet moet worden om in Nederland in 2050 80 tot 95% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. In het rapport adviseert de raad om het CO2-reductiedoel wettelijk vast te leggen. Een wettelijke borging geeft urgentie aan. Ook zorgt wettelijke verankering voor een helder perspectief aan de samenleving en voor zelfbinding voor politiek en bestuur.

Lees hier het volledige rapport van de Raad voor de leefomgeving (RLI).