Natuur en windenergie, hoe gaat dat samen?

Windmolens in natuurgebieden, dat zie je niet vaak. Dat komt doordat het ruimtelijke beleid hoofdzakelijk gericht is op locaties langs infrastructuur, kustlijnen, in het boerenland en op industrieterreinen. Toch kunnen windmolens in natuurgebieden een aantrekkelijke combinatie zijn, mits goed doordacht.

“Van oudsher hebben projectontwikkelaars eerder grondcontracten met agrariërs dan met natuurorganisaties”, weet Rik Harmsen van NWEA. “Nu er steeds meer van onderop, samen met de inwoners, wordt gezocht naar geschikte windlocaties, komt het ook voor dat locaties in een natuurgebied worden aangewezen. En dan neemt de coöperatie of ontwikkelaar contact op met de grondeigenaar, bijvoorbeeld Staatsbosbeheer of een lokale landschapsorganisatie.”

Oeverbos

Zo is De Windvogel een project aan het ontwikkelen in het Oeverbos in Vlaardingen, een recreatief bos nabij het Scheur in Vlaardingen. Martien Vogelezang, secretaris bij De Windvogel: “De windmolens komen niet in een Natura 2000 gebied of in het Natuurnetwerk Nederland. De impact op de natuur lijkt daardoor gering. Maar weg gaan alles keurig onderzoeken, met name wat de effecten zijn op vleermuizen en vogels.” De keuze voor deze locatie is samen met de gemeente Vlaardingen en de bewoners tot stand gekomen. Van alle mogelijke locaties leek dit toch de beste gezien de ligging aan het water, de al bestaande windmolens in het industrieterrein even verderop en het afvallen van andere groene locaties met meer natuurwaarde of historische waarde.

Natuurorganisaties

Natuurorganisaties staan verschillend tegenover windmolens in natuurgebieden. Natuurmonumenten zegt over windenergie: “Natuurmonumenten is voorstander van duurzame energie zoals windenergie, maar vraagt nadrukkelijk aandacht voor natuur en landschap bij de locatiebepaling van windmolens.” Een voorbeeld daarvan is de Veluwe, daar zijn ook plannen in de maak voor windmolens. Er mag op de Veluwe alleen gebouwd worden onder voorwaarde dat twee keer de oppervlakte die voor windmolens wordt gebruikt, elders wordt gecompenseerd.

Windmolens kunnen lokaal voor problemen voor de natuur zorgen. Bijvoorbeeld wanneer vogels en vleermuizen in de buurt foerageren. Door samenwerking met natuurorganisaties en door goed onderzoek te doen kunnen we dat zoveel mogelijk voorkomen. Voordat bestemmingsplannen naar windenergie gewijzigd kunnen worden, moet er een hoop onderzoek plaatsvinden naar de effecten. Dit natuuronderzoek is nodig als input voor het opstellen van de milieueffectrapportage (de MER).

De Natuur- en Milieufederaties zien het belang van windprojecten op land voor een snelle energietransitie, maar zien ook het belang van natuurwaarden en een goede afstemming tussen de genoemde partijen. Daarom hebben zij een checklist gemaakt zodat ontwikkelaars, natuurorganisaties en bevoegd gezag in een vroeg stadium van een windproject het gesprek kunnen voeren over een goede omgang met natuurbelangen.

De lokale natuurclubs hebben veel kennis van natuurwaarden ter plaatse. Een participatieplan met een open karakter helpt om deze groep stakeholders op het juiste moment en op de juiste manier te betrekken.

Dat windenergie in grote lijnen sowieso heel goed is voor de natuur, wordt soms vergeten in de discussie. Windmolens wekken duurzame energie op en zo gaan we klimaatverandering tegen en zorgen we er ook voor dat de uitstoot van giftige stikstofoxiden daalt. Daar is de natuur in Nederland bijzonder bij gebaat.

Vogels

Vogels hebben zo hun eigen verblijf-, voedsel en broedgebieden en windmolens kunnen daarin een storende factor zijn. Vogels kunnen afhankelijk van het gedrag van de specifieke soort in aanvaring komen met de windmolens. Om de effecten voor vogels te beperken, zijn regels vastgelegd in de Flora- en faunawet en in de Natuurbeschermingswet. Bij het ontwikkelen van een windpark wordt altijd naar de vogelstand gekeken en naar de verstoring van de leefomgeving ter plekke. Windturbines mogen bijvoorbeeld niet gebouwd worden in vogelrijke gebieden. Uit rapporten van onder meer het Wereld Natuur Fonds blijkt dat windturbines slechts een klein deel van de vogelslachtoffers veroorzaken die door menselijk handelen om het leven komen. Naar schatting 1 tot 2 procent van het aantal dat door het verkeer wordt getroffen (Nwea, 2019).

Vleermuizen

Vleermuizen leven vooral in bossen en minder vaak in het open veld. Windmolens kunnen tot slachtoffers leiden onder vleermuizen. Dit is afhankelijk van het gedrag van de specifieke soorten. Omdat vleermuizen een winterslaap houden en met name actief zijn in de schemering als het niet hard waait, zijn over het algemeen de effecten op vleermuizen beperkt (Nwea, 2019).

 Windbossen voor kwaliteitsverbetering van het bos

“Bossen en windturbines kunnen van een afstand gezien goede ensembles vormen, volgens Landschapsarchitect Dirk Sijmons. “Aan de recreatieve beleving van het bos hoeft dit geen afbreuk te doen, want door de bomen zijn de windturbines slechts sporadisch te zien.“ Voor de ecologische kwaliteit van met name naaldbossen die voor de productie gebruikt worden kunnen windmolens zelfs een verbetering betekenen. Door de noodzakelijke kap kunnen op de open plekken ander en meer diverse bos of heidelandschap ontstaan.

Natuurwind: een nieuw concept

De Windvogel wil haar naam eer aan doen en bijdragen aan de natuur daar waar het kan en gewenst is. Siward Zomer: “Het zou toch fantastisch zijn als we in het Oeverbos extra plekken voor vleermuiskolonies kunnen creëren. ”Daarom zijn we in gesprek met Staatsbosbeheer over het concept Natuurwind: een afspraak over het terugvloeien van een deel van de opbrengsten van de windenergie in het natuurgebied. Het windproject in het Oeverbos zal een pilot zijn voor dit concept waarbij windmolens ter plaatse bijdragen aan een verbetering van de ecologie. Voor Staatsbosbeheer kan windenergie een belangrijke inkomstenbron zijn. Zij hebben al eerder de mogelijkheid voor windbossen onderzocht. “Er bestaan wel windprojecten waarbij de natuur die ten koste gaat van de bouwplaats gecompenseerd wordt, maar natuurwind gaat nog een stapje verder want moet en verbetering opleveren.” Aldus Rik Harmsen van NWEA. We zijn benieuwd naar de uitkomsten.

Bronnen:

Energie en Ruimte, Een nationaal perspectief, Dirk Sijmons, 2018
PARK, Energielandschappen, Provincie Zuid-Holland, 2018
NWEA, factsheet Natuur en windenergie, 2019
Natuur- en milieufederaties: Checklist Natuurbelangen bij windenergie op land, 2018

Oeverwind

Oeverwind is windenergie van en voor alle inwoners van Vlaardingen en omgeving. Het Vlaardings Energie Collectief (VEC) wil drie tot vijf windmolens laten bouwen in het Oeverbos, die 100% schone energie leveren voor en door Vlaardingers. Daartoe helpt de Windvogel in de ontwikkeling en krijgt onze coöperatie een aandeel in het eigendom en bestuur. De gemeente Vlaardingen gaat het project opstarten met alle belanghebbenden, waaronder De Windvogel en het VEC.

Staatsbosbeheer is nauw betrokken bij dit project omdat zij grondeigenaar zijn, en we hebben afgesproken dat dit windpark bijdraagt aan de natuurontwikkeling. De energiecoöperaties De Windvogel en het VEC reserveren een deel van de opbrengsten om de leefomgeving te verbeteren, in dit geval het Oeverbos en omgeving. Er komt een commissie die, in overleg met lokale natuurverenigingen en Staatsbosbeheer, ervoor zorgt dat er projecten voor natuur en recreatie aangedragen worden vanuit de samenleving.

Zie voor meer informatie: Oeverwind