Stilte voor de storm

Van de voorzitter

Tien jaar was het windstil bij De Windvogel. Het bouwen van solitaire molens stokte in Nederland en alles moest groter en aan de vrije markt overgelaten worden. Naarmate de weerstand tegen deze aanpak groeide, kwam de alternatieve methode van De Windvogel weer boven drijven. Windturbines worden nu weer samen met de omgeving en met burgers gebouwd. In de afgelopen 28 jaren hebben we met die aanpak veel voorwerk gedaan. Dat gaat in de komende jaren vruchten afwerpen.

We hebben ons participatiereglement aangepast zodat lokale coöperaties kunnen groeien met kapitaal en inzet van onze leden. Daarvoor werden windmolens gefinancierd door de leden gedurende een periode van 15 jaar. Dan zat de financiële partici-patie voor 15 jaar vast in een project. Door het nieuwe participatiereglement kunnen we flexibel geld in projecten stoppen enbij groei van de lokale coöperatie, het kapi-taal weer terug laten stromen naar De Windvogel om in nieuwe projecten te stop-pen, of weer terug te geven aan de leden. Coöperatie Zuidenwind is hier een mooi voorbeeld van. Na drie jaar was deze beginnende coöperatie sterk en groot genoeg om op eigen benen te staan, en kochten zij ons aandeel in hun windmolen weer te-rug.

Missie geslaagd wat ons betreft! Het geld dat terugstroomt steken wij volgend jaar weer in andere projecten zoals in Vlaardingen of Bodegraven-Reeuwijk, waar wij weer nieuwe lokale coöperaties ondersteunen. Het succes in Limburg is voornamelijk te danken aan de inzet van de lokale coöperatie, maar onze ondersteunende rol in het project wordt gezien en erkent. Dat zorgt weer voor nieuwe aanwas van projecten.
Daarnaast hebben we door onze inzet ook mee kunnen liften op de schaalvergroting van de windsector, en blijven we ook bij onze wortels door onze kleine oude turbines op te schalen. Zo investeren we volgend jaar in twee rijkscoördinatie projecten (pro-jecten groter dan 100 MW): Windpark Drentse Monden en Oostermoer en Windpark Zeewolde. Dit zijn projecten waar we al 10 jaar geleden onze eerste stappen maak-ten. In Drenthe door afspraken te maken met een groep agrariërs en in Zeewolde door onze windmolens de Appelvogel en de Elzevogel aan te kopen. Ook op kleine schaal doen we mee aan deze schaalvergroting: onze windmolens in Gouda en in Ouderkerk aan de Amstel komen in aanmerking voor een opschaling naar grotere en efficiëntere turbines..

Met het nieuwe klimaatakkoord wordt de aanpak van De Windvogel geconsolideerd. De omgeving wordt expliciet genoemd als partner in wind- en zonprojecten. Het streven is 50% lokaal eigendom. Er zullen dus nog veel meer projecten volgen waar onze expertise nodig is. Bijvoorbeeld in Amsterdam, waar we ooit zeven jaar geleden zijn begonnen met samenwerken dat resulteerde in Amsterdam Wind.

De 10 jaar windstilte is eerder een stilte voor de storm . Vanaf 2019 zullen we (als alles goed gaat) elk jaar een windpark bouwen. De coöperatie zal een vogelvlucht maken van vrijwilligersvereniging naar een klein bedrijfje met maar één, (maar wel een hele goeie) werknemer en een handvol projectleiders op freelance basis, naar een stevige organisatie die de vraag van de leden nog beter kan bedienen. Een mooie uitdaging voor ons allemaal. We zien daarom enorm uit naar 2019 en de toekomst!

Siward Zomer, voorzitter

‘Controleer of uw lokale gemeente al een duurzaamheidsdoelstelling heeft, zo niet spreek uw gemeente daar op aan’

siward zomerVan de voorzitter
Vorige week werd bekend dat we slechts 0,1% meer duurzame energie gebruiken dan het vorige jaar. Het jaar 2020 komt in zicht voor lokale beleidsmakers en er is nog steeds geen snelheid in energietransitie. Veel gemeenten konden tot nu toe rustig toekijken hoe bij andere gemeenten de doelstellingen werden opgelegd. Verschillende gemeenten moesten onder het energieakkoord aan de slag om de 6000 MW wind op land te halen. Maar langzaam begint er nu te dagen dat er ook een wereld is ná 2020 en ná het energieakkoord. Langzaam gaan gemeenten hun eigen visies en doelstellingen opschrijven. Het is nu aan de burgers van hun gemeente om zich daar ook aan te houden en snelheid te eisen.

Een fijne bijkomstigheid is dat veel gemeenten nu niet alleen nadenken over de doelstellingen, maar ook de ervaringen van de afgelopen jaren meenemen in hun besluit over hoe ze die doelstellingen gaan halen. Er zijn veel lessen geleerd en de coöperaties hebben zich goed op de kaart gezet. Onlangs ben ik bij drie gemeenten geweest die hun doelstellingen het liefst alleen maar coöperatief invullen. Dat is ook logisch gezien de vele gunstige bijkomstigheden die de coöperatieve aanpak heeft. De belangrijkste is dat wanneer er een sterke coöperatie in de gemeenschap ontstaat, dit een lokaal vliegwiel is voor vele nieuwe projecten. Kijk maar naar hoe Zuidenwind met één coöperatieve molen in Limburg de voortrekker is van vele nieuwe lokale projecten.
Maar dit is nog maar het begin. Er komen steeds meer gemeenten die hun visies willen omzetten in concrete doelstellingen en handelingen. Wij als burgers verenigd in coöperaties hebben daar de mogelijkheid om onze gemeenten te helpen. Dus mijn oproep aan u als leden is als volgt:

Controleer of uw lokale gemeente al een duurzaamheidsdoelstelling heeft, zo niet spreek uw gemeente daar op aan. Zo ja, ga een keer bij de wethouder langs en vertel hem of haar over de coöperatieve aanpak. Vertel dat wanneer burgers de energie-transitie zelf oppakken de zeggenschap over energie en geldstromen lokaal blijven en niet buiten de gemeente vloeien. Wanneer uw gemeente echt stappen wil zetten, maak contact met uw lokale energiecoöperatie en vraag De Windvogel om u te ondersteunen om tot een succesvol energieproject te komen.
Er is nog veel werk te doen, dat redden we in Nederland niet als we gaan zitten wachten tot de markt het voor ons gaat doen. De energietransitie slaagt wanneer wij als actieve burgers onze overheden aanspreken om stappen te zetten en soms dingen te doen die niet overal populair zijn. U als lid van een burgercoöperatie staat dus aan de voorhoede van die beweging. Het is aan ons om de snelheid erin te krijgen!

Van theoretische droom naar werkelijkheid

Siward voor de windVan de voorzitter, september 2015 – De burgerwindturbine in Neer draait. Daarmee is voor mij een coöperatieve droom werkelijkheid geworden. Ten eerste omdat ik bij het aantreden als voorzitter van De Windvogel mijzelf als doel had gesteld dat we binnen twee jaar een nieuwe windmolen zouden bouwen. Ten tweede omdat ik nu concreet aan kan tonen dat de theorie over coöperatief ondernemen met burgers die ik de afgelopen jaren opschreef in blogs , ´Van de voorzitters´ en verkondigde in zaaltjes, in de praktijk echt werkt.

De windturbine in Neer is een coöperatieve droom. Hij is eigendom van drie energiecoöperaties waarvan de Algemene Ledenvergadering het hoogste orgaan is. Daarnaast wordt de stroom verkocht aan DEUnie; een bedrijf dat eigendom is van meerdere lokale (democratisch georganiseerde) energiecoöperaties. De financiering komt van de lokale Rabobank – die nog wel wat kan leren van de democratie in nieuwe coöperaties -, maar die wel maatschappelijk dividend uitkeert aan de lokale omgeving. En als slagroom op de taart heeft de Exploitatie BV die de turbine beheert, de buurt ondersteund om een internetcoöperatie op te zetten.

Wanneer er gesproken wordt over windturbine-ontwikkeling, valt vaak het woord compensatie. Maar compensatie is alleen nodig wanneer er schade ontstaat, en om schade te bepalen hebben we uitgebreide regelgeving in Nederland. Wanneer burgers gezamenlijk gaan ondernemen in windenergie, dan is verbetering van hun leefomgeving een positieve stimulans voor de omwonenden om mee te doen.

En precies dát is gebeurd. De buurt is ook samen gaan ondernemen. Ze hebben gezamenlijk een glasvezel internetcoöperatie opgezet. De aanleg van een glasvezelnetwerk was voor private partijen te duur (lees: er kon geen winst gemaakt worden). Omdat bij elke onderneming de kas wel moet kloppen, hebben wij de onrendabele top van deze investering meegenomen in de totale investering van het windturbine project, zodat die top op zo’n grote investering bijna wegvalt.

Zo geven wij een bijzondere draai aan participatie bij windprojecten. Er wordt veel gewezen naar de gedragscode ‘Wind op land’. Veel partijen worstelen met hoe ze die burger nou moeten betrekken in een windproject. De coöperaties zorgen voor perfecte invulling van die gedragscode. In plaats van omwonenden te vragen wat ze willen hebben ter compensatie van het plaatsen van jouw turbines, activeer je de buurt. Door deze ontwikkelingen gaan we samenwerken ten behoeve van de gemeenschap op basis van behoeften van de gemeenschap en leden. Zo betrek je burgers actief op een democratische manier in de windprojecten en scheep je ze niet af met hier en daar fooi of een wip-kip.